De term “suiker” klaar als een klontje uitgelegd
Als we in het meervoud over “suikers” spreken, dan doelen we niet op de verschillende vormen en kleuren van suiker waarmee we diverse gerechten zoeten, zoals kandijsuiker, rietsuiker, basterdsuiker, palmsuiker of kristalsuiker. Wel op de verzamelnaam van alle stoffen die chemisch gelijk zijn en die behoren tot de enkelvoudige koolhydraten. Ze leveren een deel van de brandstof voor ons lichaam.In granen, graanproducten en in zetmeelhouders (bonen, aardappelen…) vinden we de complexe koolhydraten terug. De koolhydraten waarop we de naam “suikers” kleven, zijn kleine moleculen, die we al naargelang glucose, fructose, sacharose of lactose noemen, en die van nature aanwezig zijn in vruchten, honing of melk. Ze worden ondermeer toegevoegd aan desserts en snoepgoed.
De term “suiker” in het enkelvoud verwijst enkel naar tafelsuiker waarvan de officiële chemische naam ‘sacharose’ is, of ‘sucrose’ in het Engels. Chemisch gezien is sacharose een combinatie van twee kleinere koolhydraten: glucose en fructose. Glucose wordt ook wel druivensuiker genoemd.
Mondjesmaat genieten
Weinig andere voedingsmiddelen zorgen voor zoveel tweespalt als suiker. Van kindsbeen af zijn we er zot op. In tegenstelling tot groenten of pikante kruiden zijn er weinig gevallen bekend van mensen die met een afkeer voor zoetigheid op de wereld worden gezet. Maar zoals aan de meeste lekkernijen, zitten er aan “the sweetest thing” ook nadelen. Het veroorzaakt bijvoorbeeld tandbederf en overgewicht.Een klontje suiker is ongeveer goed voor 20 kcal per klontje. En het zoete spul zit boordevol koolhydraten. Daarom wordt suiker aangewezen als de grote schuldige van onze overbodige kilo’s. En hij kan je bloedsuikerspiegel doen stijgen en insulinepieken veroorzaken.